Gezin van Leendert Huijbertsz van der Wolff
Leendert Huijbertsz
van der Wolff
.
Zoon van
?
.
Leendert Huijbertsz van der Wolff wordt vermeld in 1625 in Bodegraven.
Zwammerdam, 9-11-1626:
Leendert Huijbertsz van der Wolff, wonend te Bodegraven, met procuratie van Barthout en Augustijn van Teijlingen, broers, wonend in Den Haag, procuratie voor Frederick van Banchem, notaris te Amsterdam d.d. 25-10-1626, draagt over op Flooris van Alckemade, wonend te Haarlem, een hofstede, groot 29 morgen 1 hond, gelegen in Bodegraven aan de zuidzijde van de Rijn, althans wat betreft 15 morgen 1 hond 25 roeden met huis, berg en schuur, strekkend uit de Rijn, zuidwaarts tot de wetering van de haven en de kromme sloot, belend ten oosten Maerten Adriaen Huijbertsz en ten westen Gerrit Jansz Vermij en kinderen; nog 6 morgen 1 hond 75 roeden land, genaamd de Hoven, vallend onder het gerecht van de Lange Weide, strekkend ten noorden uit de Hovense wetering tot in het zuiden aan de Bosemdijk, belend ten oosten Maerten Adriaen Huijbertsz en ten westen de kinderen van Claes Jacobsz, belast met oud schildgeld en bisschopspacht, jaarlijks te betalen in Utrecht; nog 3 morgen land, mede in de zuidzijder bosem onder Sluipwijk, belend ten oosten de kinderen van Claes Jacobsz en Pieter Adriaen Pietersz en ten westen Dirck Jansz, strekkend noordwaarts van de Bosemdijk tot zuidwaarts het land van Maerten Adriaen Huijbertsz. Belast met een erfpacht van 1 stuiver 1 blank (3/4 stuiver) per morgen. Deze belendende Maerten Adriaen Huijbertsz met 4 morgen, heeft het recht van overpad over de voornoemde 3 morgen. Nog 2 morgen 2 hond land in het Broekveld, strekkend ten noorden uit de sloot van de Zuidzijderkade of Nessekade af, zuidwaarts tot het land van Maerten Adriaen Huijbertsz, belend ten oosten Mees Dircxsz en ten westen Jan Claes Dani?lsz. Deze 2 morgen 2 hond land heeft het recht van overpad over het land van Jan Claes Dani?lsz en van Cornelis Gerritsz tot de Rijndijk toe. Mede nog 2 morgen 2 hond land in het Broekveld, belend ten oosten de voornoemde Maerten Adriaen Huijbertsz en ten westen de weduwe van Daen Claesz, strekkend ten noorden het land van Jan Claes Dani?lsz en Cornelis Gerritsz tot de Welledijk. Op een gedeelte van de voornoemde 15 morgen 1 hond 75 roeden land rust een losrente, hoofdsom 300 gulden, toekomend het convent van Oudewater.
Op 3-10-1593 in Zwammerdam was sprake van land, gelegen in het Broekveld, strekkend van de Zuidzijderkade tot aan de Wellekamp, belend ten oosten de broers Adriaen Huijbertsz en Leendert Huijbertsz.
Zwammerdam, 5-6-1695:
Leenert Huijbrechtsz, wonend te Bodegraven aan de Hoge Rijndijk van de Zuidzijde, verkoopt aan Alexander Balbiaen en Dominicus Derbant te Delft, als voogden van Bartholomees, Sara en Neeltgen Geneveren nagelaten weeskinderen, een huis, schuur, berg en bepoting, en een rosmolen met toebehoren, groot 15 morgen 1 hond 25 roeden onder Bodegraven, belend ten oosten Adriaen Huijbrechtsz, broer van de comparant, ten westen Gerrit Jansz Vermij, strekkend noordwaarts uit de Rijn zuidwaarts ter halver wetering, enz. Borg is broer Adriaen Huijbrechtsz.
Zwammerdam, 17-12-1607: Jan Cornelisz alias Jan Nool, Gerrit Bruijnen, Jacop Claesz, linnenwever, getrouwd met Meijnsgen Jansdr en Cornelis Huijbrechtsz, getrouwd met Jannetgen Jansdr, allen wonend te Bodegraven, dragen over op Leendert Huijbertsz, rosmolenaar, wonend aan de Zuidzijde van Bodegraven, 2 morgen 3 hond land in de Broecken van Zwammerdam. Koopsom 175 gulden.
Zwammerdam, 12-2-1610: Leen Huijbertsz, wonend Bodegraven, verkoopt aan Cos Heijndricxsz, wonend Bodegraven, 8 morgen 1 1/2 hond land in het Broekvel, belend aan weerszijden de erfgenamen van Jan Dircxsz, brouwer, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot de Groenewegswetering. Belast met een schuldbrief, groot 1400 gulden, toekomend Huijbert Ghijsbertsz. Nog met een rentebrief, hoofdsom 600 gulden, toekomend Adriaen Dircxsz te Bodegraven.
Zwammerdam, 10-4-1618: Gijsbrecht Pietersz de Jonge, molenaar te Zwammerdam, verkoopt aan Leendert Huijbertsz, rosmolenaar te Bodegraven, een losrente, hoofdsom 650 gulden. Gesteld onderpand: 5 morgen 1/2 hond land in het Broekveld, strekkend van de Oud Bodegraafsedijk tot aan de Sluipwijkse sloen, aangekomen van de pastorie van Reeuwijk, belend ten oosten Claes Cornelisz en de verkoper en ten westen Jonker Johan van Matenesse tot Lisse.
Kinderen:
-
Neeltgen Leenderts van der Wolf
, *Bodegraven ±1587
, † 1630 (kraambed) , [] Bodegraven 2-11-1630.
×
±1608
Jan Heijndricksz Bos
, *Lange Linschoten ±1585
, † ±1660.
7 kind(eren)
-
Claes Leendertsz van der Wolf
.
Claes Leendertsz. Wolf was samen met Jan Hendriksz. Bos voogd over Jan’s zeven minderjarige kinderen.
Zwammerdam, 4-5-1654:
- Thijs Jansz Bos,
- Huijbert Jansz Bos,
- Hendrick Jansz Bosch,
- Willem Cornelisz, getrouwd met Marritjen Jansz Bosch,
- Jan Dircksz Gravesteijn, getrouwd met Grietgen Jansdr Bos,
- Maerten Jansz, getrouwd met Kniertjen Jansdr Bos, mede Jan Hendricksz Bos en Claes Leendertsz van der Wolf als voogden over
- Hillitgen Jansdr Bos;
Allen, als kinderen van wijlen Neeltjen Leendersdr. en [haar weduwnaar] Jan Hendricksz Bosch, verkopen aan mr. Gijsbert Honcoop, advocaat te Gouda, 2 morgen 2 hond land in de Boriffkampen, strekkend van de Aeffwetering tot de Oud Bodegraafsedijk, belend ten oosten Justus Nobelaer en ten westen de koper. Koopsom 1400 gulden.
-- -- --
Rijnland, 1687:
Ary Pietersz Verkade overleden. Erven zijn 5 kinderen: Pieter Ariensz Verkade te Hazerswoude; Aert Ariensz Verkade te Hazerswoude; Jan Ariensz Verkade aen de Bergh onder Rotterdam; Emmetgen Ariens Verkade x Pieter Diepwater te Boskoop en Pietertie Ariens Verkade x Claes van der Wolff te Noord-Waddinxveen.
Pieterge Ariens Vercade, geh.m. Claes van der Wolf, werd op 2-10-1691 in Hazerswoude vermeld.
-- -- --
-
Jacob Leendertsz van der Wolf
.
Gedoop in Bodegraven op 17-10-1629 Merrichen; o. Jacob Leendertsz; g. Leendert Hubertsz en Annichen Leenderts.
Jo’r Floris van Alckemade eygenaer van vijff mergen ende Jacob Leendertsz vander Wolff, bruycker: ---- v merg. land in Lage Ruige Weide in 1643.
Op huijden den 24e feb. 1638 heeft Jacob Leendertsz van der Wolff aen den voorsz voochden ten vollen voldaen ende betaelt seeckere obligatie van 300 gl. capitaels mette renten vandijen die hij van den voorn. weeskinden op interesse jegens vijer ten hondert int jaer hadde gelicht. Actum uts, present schout, Pieter Amelsz van Nijerop, Meijndert Ottesz van der Hout, ende Jan Huijbertsz, weesmrn.
Huijden den je december is inde weeskiste gebracht eerst een obligatie spreeckende tot laste van Jacob Leendertsz van der Wolff, inhoudende vijff hondert gul. capitaell, item noch een notriaele obligatie inhoudende twaelffhondert guls. spreeckende tot laste van Willem Gielisz Veraer. Actum desen je decemb. 1671 voornt.
Jacob Leendertsz. van der Wolff’s weduwe, bouvrou, wordt in 1774 (??) genoemd bij het familiegeld van Rijnland.
-
Lijsbeth Leenderts van der Wolff
.
Ick Leendert Jansz Ramp, soone van Jan Pietersz Ramp ende Lijsbeth Leenders van der Wolff, jegenwoordich tot mijnen competenten ouderdom van meerderjaricheijt gecomen sijnde, verclare schout ende weesmrn. van Bodegraven te bedancken van hunne goede opsichte gehadt op de administratie van mijne goederen, bij mijn broeder Marten Jansz Ramp ende Jacob Leendersz van der Wolff als principale voocht ende bij Louris Cornelisz Lockhorst mijn vaders neve, als toesijende voocht gehadt, ende bij reecken. huijden gedaen. Toirconde bij ons geteijckent nevens de versz. Leendert Jansz Ramp ten overstaen van den e. Pauwels van Strijp schout, Pieter Amelsz van Nijerop, Hendrick Claesz laeckencooper ende Thijs Jansz Bos, weesmrn. van Bodegraven desen xje april 1663.
Wij Huijbert Jansz Ramp, Cornelis Jansz Ramp ende Pieter Jansz Ramp, nagelaten soonen van Jan Pietersz Ramp ende Lijsbeth Leendertsz van der Wolff, jegenwoordich alle drie tot onsen competenten ouderdom, ijder in onse qualiteijt gecomen sijnde, verclaren schout ende weesmrn. van Bodegraven te bedancken van hunne goede opsichte gehadt, opde administratie van onse goederen soo bij ons broeder Marten jansz Ramp als mede bij Jacob Leendertsz van der Wolff als principaele voocht ende bij Lourens Cornelisz Lockhorst onse vaders neve, als toesijende voocht gehadt. Toirconde desen bij ons geteeckent, bedanckende schout ende weesmrn. voor soo veel haerl. bewust is van haer opsicht, als oppervoochden. Toirconde ter presentie van P. van Strijp schout, Dirck Dircxsz van Outshoorn ende Cornelis Cornelisz Ramp weesmrn. bij ons soonen ende voochden voorsz. ondert. den j octob 1665.
Ick Leendert Jansz Ramp, soone van Jan Pietersz Ramp ende Lijsbeth Leenders van der Wolff, jegenwoordich tot mijnen competenten ouderdom van meerderjaricheijt gecomen sijnde, verclare schout ende weesmrn. van Bodegraven te bedancken van hunne goede opsichte gehadt op de administratie van mijne goederen, bij mijn broeder Marten Jansz Ramp ende Jacob Leendersz van der Wolff, als principale voocht, ende bij Louris Cornelisz Lockhorst, mijn vaders neve, als toesijende voocht gehadt, ende bij reecken. huijden gedaen. Toirconde bij ons geteijckent nevens de versz. Leendert Jansz Ramp ten overstaen van den e. Pauwels van Strijp schout, Pieter Amelsz van Nijerop, Hendrick Claesz laeckencooper ende Thijs Jansz Bos weesmrn. van Bodegraven desen xje april 1663.
×
Jan Pietersz Ramp
.
------------
Op huijden den eersten meije dach 1647 heeft Jan Pieter Lourisz Ramp wt de weeskist gelicht van t’selve weeskints gelt een ende twintich
gl. tijen stuij. te weten 4 ducaten doen tot 5 gl. t’stuck gereeckent ende een gl. tijen stuijvers aen paijement daer affgegaen is, voor de schout ses st. ende de secretaris ses stuijvers, present Gerrit Dircxsz schout, Adriaen Pietersz backer ende Adriaen Jansz weesmrn. tot Bodegraven.
------------
5 kind(eren)
Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie
de introduktie of
de FAQ.