Jan van Vucht .
Zoon van ? .


Kinderen:
  1. Hendrick Jansz van Vucht , † ±1532 .

    5 kind(eren)


  2. ? Engele Jans van Vucht .

      Engeltje was de huisvrouw van Matheus, soon wilner Eelen Matheus.

      Loon op Zand, 13-2-1509:
      Matheus, soon wilner Eelen Matheus, als man ende momber Engel, sijns huijsvrouwe, dochter wilner Jans van Vucht, ende Henricks soon wilner Jans van Vucht gheeven, gonnen ende verleenen Cornelis Janssoon van Vucht volcomen procuratie ende macht om te heffen ende te bueren ende te ontvangen etc. Testes ut supra.


  3. ? Cornelis Jansse van Vucht .

      Cornelis’ vrouw heette Katelijn.

      Loon op Zand, 24-2-1506:
      Cornelis Jansoon van Vucht ende Henrick sijn broer, twee stucken moer met gronden daertoe behorende, gelegen in die prochie van Venloen ter stede geheiten der kercke moer, metten noorden zijde neve kijnt Peter Geldens, metten zuijden zijde Jan Gerits Swerts, dat oosten eijnde aen Claes Jan Gosens, de andere eijnde Lambert die Meijer, streckende metten oosten zijde Lambert die Meijer ende die westen neve Cornelis van Vucht, dat noorden eijnde neve die kercke etc. dat zuijden eijnde Jan Gerits aent hooft bl… 15 voet, hebben sij opgedragen in eene rechte erfcoop Ariaen Jan Gosens ende hebben voorts op vertegen etc. Gelovende als etc. te waren, uitgenomen een ort stuijver in sheeren cijns. Testes, Claes Bartroms ende Claes Jan Gosens. Actum anno 1506 op Sinte Mathijsdach.

      Loon op Zand, 7-10-1515:
      Katelijn, weduwe en wijf Cornelis Jansse van Vucht maet haeren momboir; Jan Cornelissoon ende Gerit Jan Geerwijnssoon, als man en momboir Kateline, sijns huijsvrouwe, dochter Cornelis voorschr. hebben uitgegeven ende vererfpacht Wouter Peters sLeeuwesoon een erffenis metter timmeringen daerop staende gelegen in de prochie van Venloen opte dEfterlinge metter eenre zijde ende metten eene eijnde aen sheerenstraet, de andere zijde neve Claes weduwe ende wijf Willem Wouters ende oock die andere eijnde, voor eene jaerlijckse ende erffelijcke pacht van tien lopen rogge Katelijn Geritsdochter ende Korst Jansse een lopen rogge, Lambert die Meijer vier lopen rogge ende Engel Thomas huijsvrouwe metten kijnderen ½ mud rogge en een hoen in sheeren cijns van Wouter voorschr. dese erffenisse metter timmeringe in een recht erfrecht te hebben ende te besitten. Ende hebben ’t hem opgedragen ende overgegeven met afgaen ende vertijen als recht is. Gelovende te waren voor den cijns ende erfpacht voorschr. ende andere commer af te doen. Hier is bijgestaan Jan ende Aert ende Thonis Vranck Janssoon als momber Lijsbet sijn huijsvrouwe, ende Ariaen Jansse als momber IJken sijnre huijsvrouwe, die daer niet tegenwoordig en was, die Jan, Aert, Thonis ende Vranck gesamderhant voor geloven, allen kijnderen Katelijn voorschr. ende hebben hierop vertegen als recht is. Testes, Peter Jan Henricks ende Jan Gerit Geldens. Actum anno 1515 den 7e dach in october.
      Item: dese voorschr. personen hebben gevest Jan Gerit Geldenssoon in een stuck moers alsoo groot ende cleijn als ’t daer gelegen is. Ende dat Cornelis voorschr. gekocht hadden tegen Jan Giben ende Jan voorschr. hadde van Els Wouter Back dochter, ende geloofde te waren voor sheeren cijns. Testes ut supra.

      Loon op Zand, 27-6-1520:
      Katerijn, weduwe en wijf wilner Cornelis, soon wilner Jans van Vucht, met de selven haere momber daertoe van haer gecoren en haer van den rechter gegeven als recht is, heeft wettelijck en erffelijck verkocht Engelen, huijsvrouw nu ter tijt Jan Gerit Huijbertsoon, haer ter tochten en haere wettige voorkijnderen ten erven, die sij verkregen hadden in eene wettige bedde bij Thomaes Gisbrecht Loijensoon, eene jaerlijckse en erffelijcke pacht van vier lopen roggr de mate van Venloen, allen jaere te betalen tot lichtmis en tot Venloen te leveren, uit en van haer erffenis metten timmeringe daerop staende gelegen op dEfterlinge, metten eenre sijde neve sheerenstraet, mettren andere sijde neve Claes huijsvrouwe nu ter tijt Loij Gisbrechtsoon, streckende van sheerenstraet tot colenheijen toe als sij seede, van Katerijn en haere momber den erfpacht voorschr. Engelen voorschr. erffelijck opgedragen en overgegeven met afgaen en vertijen als recht is. Gelovende als een principael schuldenaer met den selven haere momber Engele voorschr. den erfpacht voorschr. te waren als men
      erfpacht schuldig is te waren en allen commer en calangie af te doen. Testes, Lambert de Meijer en Peter Faessen. Anno 1520 den 27e dach in junio.


Samengesteld door Joan Bos.
Voor meer informatie zie de introduktie of de FAQ.