Gerrit Adriaensz
Polderdijck
, *Sint Anthoniepolder ±1605
, † 1661.
Zoon van
Adriaen Mathijsz ( Polderdijck)
en
NN. ("Pleuntje")
.
Afb. De kerk van de Sint Anthoniepolder
Gerrit Adriaensz Polderdijck alias Schipper. Hij was schipper en koopman te Westmaas, pachter van een visserij in de Maas in 1652 en schepen in de periode 1652-60 van Westmaas.
Kinderen: Pleuntje, Gerrit, Aegje, Cornelis, Arien en Marij.
Taxatie in 1656 op verzoek van de erfgenamen van Haesje Cardincx en Gerrit Aryens Polderdijk.
Simon Jansz. Herp transporteert in 1656 in Mijnsheerenland 2 morgen en 24 roeden zaailand in Westmaas-Nieuwland aan Gerrit Adriaens Polderdijk, schipper op de Westmaas.
Genoemd: Aert Pieters schipper, gehuwd met Leentje Willemsdr., Haasje Willemsdr. etc. De verkoper Simon Jansz. Herp woont te Rotterdam.
Westmaas, 20-5-1652: Wij Cornelis Pietersz van der Schoor vervangende en overdragen Johannes Willemse Hordijck, schepenen op de Westmaes oirconde, en kenne dat voor hen compareerde
- Pieter Stevensz, wonende alhier op de Westmaes, dewelke heeft vercocht aen
- Gerrit Ariensz Polderdijck
de meloratie en beterschap van sekere visserije die de comparant voor zijne portie met en neffens Leendert Aertsz van Es in huere hadde genomen van de Weledele Heer van Heerjansdam, gelegen in Westmaes voor
de tijt van.. jaren om van nu aen door Polderdijck bevist te worden volgens huurcedulle daervan sijnde die Polderdijck belooft te presteren ende aen te gaen mitsgaders noch de ene helft van t visgewant tgeen hij comparant met den voorn van Es in eigendom gemeen was hebbende als jegens fuijcken, schackels. doggers de schuijt, den taentob, de ijsslee en alle de bijlen en voorts hegtgeen enigsints aen de visserij dependeert niets uijtgesondert en bekent schuldig te aen den voorn Polderdijck de somme van vijftig Carolus guldens ter sake van verschoote en verschote penningen die hij comparant belooft te restitueren ende betalen aen voorn Polderdijck over ses maende na dato deses onder t verbant van sijn persoon en goederen onder t verbant van hem en sijn goederen en verclaerde Poldrdijck mede comparant alle t geen voorschreven is
aengenomen te hebben i faulte en totale voldoeninge van een jaer pacht van de visserij verschenen Meij 1652 die de voorn Polderdijck voor en vanwege de comparant belooft te betalen aen de heer eijgenaer belovende zij het transport en overgift van waerde te houden ende doen houden onder verbintenisse van haer persoon en goederen.
Bij ons schepenen voorn getekent op xx Meij 1652. Cornelis Pietersz van der Schoor, J W Hordijck en H van Malssen.
De deurwaarders Barent Eemont en Johan Peel verklaren op 23 juli 1666 namens en op verzoek van Isaack Heckenhoeck, pachter van de belasting der grove waren in de Strijensche Waard, dat zij gezamenlijk geweest zijn op het dorp van de Westmaas ten huize van de weduwe van Geerit Ariensz. Polderdijck, in zijn leven schipper op het marktschip van de Westmaas op Dordrecht, alwaar Isaack Heckenhoeck aan de schippersknecht, die nu met deze schuit vaart, vroeg of hij verleden vrijdag met de schuit te Dordrecht is geweest, waar hij enige stenen geladen zou hebben. Wat de knecht met “Jae” beantwoordde. Hij vertelde, dat hij met de schuit enige stenen op de plaats van Johan Neurenberch had geladen, die hij op de Maas [Westmaas] gebracht en aldaar gelost heeft, zonder dat hij wou zeggen hoeveel stenen het geweest zijn. Als hij ondervraagd werd of hij daarvan geen biljet of geen aangeving heeft gedaan, beweerde hij, dat hij geen biljet daarvan in handen heeft gehad. Er aan toevoegend zei hij nog: “Ick hebbe die mede gevoert voor de hoffstede van Cools”.
Achteraf heeft hij nog toegegeven enige plavuizen te hebben verscheept, die op Klaaswaal gelost zijn en waarvan hij eveneens geen biljet heeft gehad.
Bij de 200e Penning van 1667 betaalden de wedue en erfgenamen van Geerit A. Polderdijck f44:0:0.
Overleden tussen 9 juni en 11 december 1661.
×
?? Heinenoord 20-5-1629
Marietje Dirks (Maritke Dirrijckse)
, *Mijnsheerenland ±1605
, † <1645.
N.B. Slijkerman erkend dít huwelijk níet.
×
<1645
Elisabeth Cornelis (Lijsbeth Cornelisen) van der Meer
, † >1680.
Dochter van
Cornelis Jansz van Soetermeer alias Vermeer
en
Achte Jansdr
.
"Gerrit Ariensen Polderdijck, ende Lijsbeth Cornelisen van der Meer, sijn Huijs-vrouw" werden in 1651-53 genoemd in Westmaas.
Extra ordinaires Rechtdag gehouden bij de schout en schepen van Westmaes maendagh den 16 meij 1667:
- Claes Jansz Schellingh, eijsser,
Contra
- Marigje Jacobs Esseboom, weduwe en boelhoudster van Arien Willemse van Geervliet,
- Lijsbet Cornelis, weduwe en boedelhouster van wijlen Gerrit Ariensz Polderdijck,
- Sijmen van der Kooij, Jacob Iemensz Lem, Johan Hordijck, gewese schepen van de Westmaes, gedaegde.
Eijser concludeert dat de gedaegde te betalen de vijf seste parten in som van f 460-0-0 mette verlopen intrest van dien jegens f 6-5-0 van t hondert . ter sake van een obligatie bij de gedaegde neffens Dirck van der Stee verleden den 5 meij 1657 waervan copije aen de gedagdes is overgelevert maeckende op alles eijsch van cost schade en intrest ofte tot andere.
Compareerde in juditi Sijmen van der Kooij, Johannes Hordijck, Jacob Imansz Lem, Arien Gerritsz Polderdijck, als lasten procuratie hebbende van zijn moeder Lijsbeth Cornelis, ende Willem Ariensz van Geervliet, mede als last en procuratie hebbende van Maertge Jacobs Esseboom, zijne moeder, dewelcke verclaerde haer selven vrijwillich te laten condemneren in de geeijste 460 gld mitschaders [...].
De weduwe en erfgenamen van de weduwe Geerit Ariens Polderdijck werden genoemd in een belending in Westmaas op 26 mei 1670.
Westmaas, 4 dec. 1680:
In den Naem ons Heeeren en Salighmakers Amen, kennelijck zij eene ijgelijcke, die dit jegenwoordich publ. en openbaer Instrument sal sien of te lesen hoe dat op den ii februarij 1681 des voormiddaghs omtrent de clocke elf uijre voor ons Daniel Sanne en Gerrit Wessels van Calcker, schepenen op de Westmaes persoonelijck gecomen en gecompareert is, de eerbare Lijsbeth Cornelis van der Meer, jegenwoordigh huijsvrouw van Wessel Gerrits van Calcker, woonende alhier op de Westmaes voors, ons schepenen wel bekent, cloeck en gesont van lichame, gaende en staende, haer vrstant redenen en memorie wel machtich en volcomentlijck gebruijckende. soo t selve ons schepenen voorn. openlijck scheen ende bleeck, dewelcke aenmerckende de broosheijt des menschen leven op deser aerde, datter niet seeckerder en is als de doot en niet onseeckerder dan de uijre van dien, derhalve niet van meeninge was, van dese wereldtte scheijden, alvoorens van hare tijdelijcke goederen te hebben gedisponeerdt, doende tselve zoo Testatrice opentljck verclaerde, uijt haere eijge vrije wille. sonder inductie ofte misleijdinge van Imande Bevelende eerst en vooral, haere onsterfelijcke ziele, in de grondelose barmharticheijt Godes en haer doode lichaem, de aerde
met een eerlijcke begraeffenisse, revocerende, casserende, doot en te niet te doende bij desen alle Testamenten Codicillen ofte eenige andere maekinge die zij Testatrice voor dato deses, allen en int bijsonder mochte hebben gemaeckt, niet willende dat deselve ofte eenige van dien in eenich poinct naergecomen ofte achtervolght werde, maar dat deselve sullen werden gehouden voor Doot, nul crachteloos en van onaerden Ene nu van nieuws Disponerende bij dese
verclaerde zij testatrice te willen en begeeren, dat alle hare goederen, soo roerende als onroerende, egeene uijtgesondert, die zij Testatrice meter doot sal comen te ontruimen en naer te laten bij haer testatrices resp. en gesamentlijcke kinderen, kintskinderen ofte derselver wettige dessendenten, gelijckelijck hooft voor hooft en even diep sullen werden gepasrt en gedeelte, deselve haer testatrices kinderen, kindskinderen ofte derselver wettige descendenten, daerinne tot wettige ende universale erfgenamen voor en in plaets van hare legitime portie, nominerende en instituerende bij desen met volle rechte met expresse begeerte dat deselve haer Testatrices naer te laten goederen in voege voorschr. alsoo gerustelijck en vredelijck sullen werden gepart en gedeelt sonder dat de ene, den andere daerinne int alderminste sal hebben te verongelijcke, behoudens nochtans dat alle de linde en wolle kleederen zilver en gout ten lijve en rugge van haer Testatrices behoorendealleen en vooraf bij
haer testatrices outste dochter met name Pleuntje Geerits, weduwe van Bastiaen Huige van der Swaen, sullen werden getrockenen genoten (sonder tegenseggens van verdere kinderen en erfgenamen en bij vooraflijvigheijt van voors. Pleuntje Gerrits bij desselfs na te laten kinderen Verclaerde mede sij Testatrice te willen en begeren dat in gevalle eenige der voors hare kinderen ofte kintkinderen quame aflijvich te werden, alvoorens gecomen te zijn tot huunne mondige dage ofte huwelijcke staete of soder wettige blijckende blijvende geboorte naer te laten dat in sulcke gevalle de goederen en portie van overledenen wder sal comen op de overige kinderen en erfgenamendie alsdan int leven sullen sijn van de sijde daer die vandaen gecomen. zullen wesen verstervende alsoo ider kintsportie van het eene kint op het andere tot de laetst toe, omme de goederen van de overledene bij de overige kinderen en erfgenamen in voege voors gelijcke te werden gepart en gedeelt.
Verclaerde voorts zij testatrice uijt hare na te late boedel en goederen van dien wel expresselijck tsecluderen en uijt te sluijten bij dese schout en Gerechte van de Westmaes enalle andere daer haer testatrices sterfhuijs soude mogen comen vallen niet willende dat die ofte imand anders haer daer mede sullen hebben te bemoeijen (behoudens nochtans d Eerwaerdicheijt derselver) sonder dat oock int minste haer Yestatrices voors erfgenamen uijtgehouden sullen wesen eenighe staet ofte inventaris aen Imand te leveren alle t gene voors staet verclaerde sij testatrice (na dat hetselve haer van woorde tot woorde perfectelijck was voorgelesen tselve alsoo te wesen haer Testatrices laetste en uijterste will, willende en begerende dat t selve nae haer testatrices doot alsoo naer gecomen en achtervolcht sal werden, volcomen effect sorteren sal tsij als testament Codiciele, Gifte uijt saeke des Doots ofte eenige andere uijterste wille soo tselve best bestaen en plaets grijpen sal mogen niet jegenstaende eenige onmissie Aldus gedaen ende gepasseert ten huijse van Testatrice dese Oirconde soo hebben wij schepenen voornt de minute van dese getekent, dewelcke gesegelt is op een zegel van drije gulden.
In 1671 was sprake van "de weduwe van Gerrit Ariens Polderdijck".
Kinderen:
- ??
Aryaentgen Gerrits (Arijaentie Gerrits) Polderdijk
, *Sint Anthoniepolder ±1630
, † Sint Anthoniepolder 1678 .
×
Sint Anthoniepolder 1652
Jan Gijsberts (Jan Ghijssen) Steenhoek
, *Westmaas ±1625
, † Sint Anthoniepolder <1671.
×
Sint Anthoniepolder 13-1-1675
Jan Teeuwen van Chaem
, † <5-1688.
Zoon van
Mattheus Claesz
en
?
Otr. op 22-12-1674
in Sint Anthoniepolder.
Sint-Anthoniepolder, 27-8-1669: Uitkoop tussen Jan Teeuwen van Chaam, wdr. van Jannichie Willems, en Claes Leenderts Schenck, oom en voogd van het nagelaten weeskind Wouter Jans, 9 jaar.
Sint-Antoniepolder, 21-12-1674: Uitkoop door Jan Teeuwen van Chaem, wdr. van Sara Geerits aa. Hij heeft geen voogden gesteld voor zijn weeskind en richt zich tot Schout en Schepenen als voogden van rechtswege. Jan Teeuwen houdt huis, inboedel, etc. Het weeskind Geerit Jans was oud 3 jaar. Bij mondigheid moest f 50,- worden uitgekeerd.
Sint-Antoniepolder, 18-5-1680: Transport huis aan Lambert Wouters Blankebijl (van Asperen) door Jan Teeuwen van Chaam. Lambert, gew. hebbende Mdam. Huis gelegen aan de Zuidtdijk omtrent C’Hoek. Van Chaam heeft stoelen, banken, etc. achtergelaten.
Jan Teuwen van Caem, won. St. Anthoniepolder, sloot een pachtovereenkomst op 9-1-1683.
Sint-Antoniepolder, 11-4-1688: Hugo van Dijck, notaris te Dordt, curator in de boedel van Arjaantje Geerits, wed. van Jan Teeuwen van Chaam.
Leendert Gijsse Steenhouck ende Johan Meeuwse Vermeulen schepenen op de Westmaese Oirconde en kenne dat op huijden voor ons compareerde:
- Dirck Pieters Romeijn, wonende in de Oude Group, dewelkebekende finalijck verhuijrt te hebben bij desen aen
- Jan Teeuwen van Caem, wonende in Sint Anthonispolder, die mede voor ons schepenen compareerdeen,
bekende van voorn Romijn gehuijrt te hebben seeckere omtrent 3 mergen zaeilandt gelegen in t Westmaese nieuweland tusschen sijn belendinge aldaer de huijrder welbekent, alleen voor de aenstaende somer of saeijzoene 1685 omme bij de huijrder met goet suijver en klaer lijnsaet te besaeijen bij hem daertoe te leveren, welck land hij verhuijrder int saet sal moeten brengen, soo haest het bequaem sal sijn en de huijrder sulcx vermaent als wanneer den huijrder een half vat bier sal moeten geven. Den verhuijrder sal gehouden wesen het vlas met de bollen van t velt te rijden en den huijrder thuijs te mennen ende sal dese huijre uijt zijn met t blooten van de schoof voor de huijre van welck voors vlasland. Den voorn huijrder belooft heeft en belooft bij desen aen den verhuijrder te betalen de somme van tnegentich Carolus guldens voor ider mergen te reekenen zaeijensvelt, teijnde maet teijnde gelt ende noch daer en boven tot een vereeringe op de hoop toe voor de huijsvrouw van de verhuijrder twee zilveren ducatons alles te betalen voor Cerssemis 1685 precies in goede zilvere ganckbare gelde ten huijse en in handen van verhuijrder als wanneer de verhuijrder een half vat bier tot fooij sal moeten geven maer indien de huijrder na Cersmisse toecomende quamme betalen soo sal hij huijrder een half vat bier moeten geven Tot naecoming van alle t gene voors staet verbinden zij comparanten elcx in zijn regard hunne personen ende voorts alle hare hebbende en vercrijgende goederen geen uijtgesondert subjecterende deselve te bedwange van alle heere hoven, rechte en rechteren en speciael de Hove van Holland mitsgaders onder t verbant van t goet verwillekeurt gijselrecht en uijtlegginge van penninge in Strijen geobserveert cum expenses.
In oirconde hebben wij schepenen voorn. de minute van dese getekent dewelcke geschreven is op een zegel van xxiiii stuijver op den xiiii februarij xvi C vijf en tachtigh.
Overl. tussen 9-1-1683 en 11-4-1688.
6 kind(eren)
-
Pleuntie Gerrits Polderdijck
, * ±1630
, † >6-1681 .
Pleuntie Gerrits
trad op als getuige bij
de doop van
Marijtge Ariens Polderdijk
,
de doop van
Bastiaan Gerritsen Baes
.
Schatting.
Mijnsheerenland, 18 augustus 1696: Huijg van der Zwaan, erfgenaam van Gerrit Polderdijk, verkoopt aan Isaack Wouters Por 1 morgen en 12½ roeden land in Westmaas-Nieuwland. Oost: de Buijensvliet, zuid: de schout, west: de Groeneweg en noord: de koper zelf. Verkocht voor 437 gulden. Genoemd: Dirck van der Strick, gehuwd met Lijsbeth van der Swaen; Pieter Jans Reedijk, gehuwd met Geertruid van der Swaen, Pommer (?) Bloeck (?), gehuwd met Aegie van der Swaen. Met onderschrift van o.a.: Jan Teunisse Troost.
Lijsbeth Cornelis van der Meer, jegenwoordigh huijsvrouw van Wessel Gerrits van Calcker, woonende alhier op de Westmaes voors, noemde in haar testament van 4-12-1680 haar outste dochter met name Pleuntje Geerits, weduwe van Bastiaen Huige van der Swaen.
×
Bastiaen Huijgen van der Swaen
, † <8-1681.
Zoon van
Huigo Anthonisz (Huijch Tonisse) ( Blaeck)
en
Neeltje Bastiaensdr (Neeltien Bastiaenen)
.
Otr. op 28-7-1653
in Westmaas.
Bsstiaen Huijgs, j.m. van de Anthonispolder, woonende op ’t Swanegat, met Pleuntje Gerritsd. Polderdijck, j.d. van Westmaas en woonende aldaer.
Kinderen o.a. Cornelia, Marijtje, Huijch, Elisabeth, Geertruijt, Aagje, Arijaentie, Ingetge Neeltje en Geerit.
Bastiaen Huigen van der Swaen won. Swanegat.
Ord. rechtdag gehouden op zaturdag den 24 september 1695 coram schout en t meerendeel van schepenen van de Westmaas.
- Gillis van der Pijpen, Mr timmerman op Swindrecht, eiser,
Contra
- Commer Ariensz Block, als principael mitsgaders de vorn. Block, Huijgh van der Swaen, Pieter Jansz Reedijck als getrouwt hebbende Geertruijt van der Swaen, Ingetge van der Swaen mistgaders vervangende Dirck van der Stricken als getrouwt hebbende Lijsbeth van de Swaen, kinderen en erfgenamen van Pleuntje Gerrits Polderdijck die haar als borg heeft geconstitueert voor den voorn. Block mits dien betalende, de andere bevrijt zal zijn in dier qualiteijt gedaegdes.
Concludeert tot condemnatie ten minste bij provisie tot namptissement van de somme van een hondert vijf en twintigh gld zijnde gereede bedongen penningen alsmede reparatie van een Cromsteve schuijt een helmstock, soo die reede en zeijlde, volgens de acte van coop in dato den 29 september 1693 en daarop gevolgde acte van borgtocht in dato den 2 october daeraen volgende mitsgaders noch een ducaton en een rijcxdaelder tot een vereeringe bedongen met de intrest van dien . jegens de penninge sestien tot de volcome Solutie toe afslaende solutium soo daar ietwes op betaalt mocht wesen cum expensis. De vorn. Commer Arens Block in qualiteijt als boven versoeckt copie uit den eijs en dagh ten naasten om te antwoorden. Enz.
Overleden tussen 1675 en 20-7-1681.
12 kind(eren)
-
Marij Gerrits Polderdijk
, * >1630
, † Goudswaard <6-1684 .
Marij Gerrits
trad op als getuige bij
de doop van
Geertruijt Bastiaens van der Swaen
,
de doop van
Ingetge Bastiaens van der Swaen
(?)
.
Marij kan vernoemd zijn naar de mogelijke 1e vrouw van haar vader.
Elcx aldernaest, naergelaten bij Marija Gerrits Polderdijck, die sonder wettige descendenten naer te laten in de Coorendijck is overleden, ider mergen in gereede waerdig te wesen de somme van f 325-0-0 omme daernaer te ontfangen ten behoeve van t gemeneland van Holland en Westvriesland verantwoort te werden de xx penning T oirconde dese getekent op den 16 Meiu 1684 en was getekend door: D L Sanne, Sijmen Anthonis van der Kooij,, Arij Gerrits Polderdijck . Leendert Gijsse Steenhouck en mij present secretaris en was getekent C. Spruijt.
-
Gerrit Gerrits Polderdijk
, * >1630
.
Gerrit Gerrits
trad op als getuige bij
de ondertrouw van
Gabriel Leenderts Sanne
.
-
Agata (Aechje Gerrits) Polderdijk
, * ±1640
.
Aechje Gerrits
trad op als getuige bij
de doop van
Elisabeth Bastiaens van der Swaen
.
Aechje is vernoemd naar haar grootmoeder van moeder’s zijde.
Betaelt aen Gerard Sanne - ofte desselfs moeder Agata Polderdijck - de somme van f19-2-8 over verschot van alderhande behoeften voor Lijsbeth Polderdijck in den jare 1696 volgens quitantie in dato den 17 Julij 1697 f19-2-0.
Betaelt aen Leendert Sanne bij liquidatie de somme van f 4-0-0 over t gene hem na de doot van Arijen Gerrits Polderdijck quaem van dese boedel volgens afreeckeninge per rest den 18 Januarij 1694 gesloten dusf 4-0-0. Betaelt aen deselve Leendert Sanne f 13-6-0 over leverantie van schoenen en muijlen ten behoeve van Lijsbeth Polderdijck volgens drie distincte quitantien f 13-6-0.
×
Westmaas 16-10-1661
Gabriel Leenderts Sanne
.
Otr. op 2-10-1661
in Westmaas.
Get. bij het huwelijk:
Gerrit Gerrits Polderdijk
.
den 2 October Gabriel Leenderse Sanne, j.m. van de Westmaas, wonende tot Piershil, met Aegje Gerrits Polderijck, j.d. woonende op de Westmaas. Getuijge van de bruijdegom was Daniel Leenders Sanne en van de bruijt Gerrit Gerritse Polderijck, sijn getrout den 16 octob. 1661.
Gabriel is een zoon van Leendert Sanne en Barber Thijsdr.
Op 5 april 1684 (akte Westmaas): “Wij Daniel Leenderts Sanne ende Aryen Gerrits Polderdijck, schepenen van den Dorpe van Westmaas, geassisteert met de not(ari)s Cornelis van der Graeff, Oirconden ende kennen dat op huijden datum van desen voor ons persoonl(ijck) gecomen en gecomp(areert) sijn Pieter Pieters Pierneeff ende Corn. Rocken Bijl, onse inwoonders, dewelcke verclaerde onder solemneelen Eeden hun luijden behoorl(ijcken) gestaeft ende affgenoomen den inhout van een attestatie van date de 19 maert 1684, onder haer deposanten hantteijckeninge verleden ende haer opnieuw voorgelesen en hyer annex waerachtigh te sijn en voor recolement vandien te persisteren bij ’t gene aldaer is verclaert (soo waerlijck most haer deposanten Godt almachtigh helpen) Ten Oirconde bij ons onderteijckent op ten 5 April 1684”. Met onderschrift van D.L. Sanne, Arij Geretse Polderdijck en Corn. van der Graeff, nots. publ.
Gabriel’s broer Daniel Leenderts Sanne had een zoon Leendert, die op 17-1-1706 in Westmaas weer een zoon Daniël liet dopen.
2 kind(eren)
-
Cornelis Gerritsz Polderdijck
, *Westmaas <1645
, † >6-1685 .
Westmaas, den xx Meij 1651: Cornelis Geerits Polderdijck trad op als ’behoutoom’ en voogd van de twee onmondige weeskinderen van Jan Pieterz. Smits, weduwnaar van Catelijne Melsen, zijnde Pieter Jansen (out acht jaer) en Grietie Jans (dochter, out ses jaer).
×
Puttershoek 20-5-1663
Maria Ariens Polder
, *Puttershoek ±1640
.
Otr. op 21-4-1663
in Puttershoek.
Puttershoek, 1663: otr. 21 Apr., getr. 20 mei
- Cornelis Gerrits Polderdijck, j.m. van Westmaes, en
- Maria Arijensdr. Polder, j.d. van Puttershoeck.
-
Arij Geretse (Arien Geerrits) Polderdijk
, † <7-1693 .
Aijen Gerrijtse Polderdijck en Daniel Leenderts Sanne waren in april 1684 schepenen van Westmaas.
Arien Gerrits Polderijk en Bastiaentje Claes lieten op 30 Octob. 1671 in Westmaas een dochter Maria dopen met Maria Geertis de Groot als getuige. Op 18-11-1674 ald. lieten zij een dochter Marijtge dopen met Pleuntje Gerrits als getuige.
Transport van een woonhuijs ende erve staende alhier op de Westmaes , gedaen bij Dirck Claesse Spruijt aen en ten behouve van Leendert Gijsse Steenhouck den xx November 1683 Wij Daniel Sanne Gesubstitueerde schout , Sijmon van der Kooij , Gerrit Jans Cleijn ende
Arijen Gerrits Polderdijck schepenen op de Westmaes voor hen compareerde Dirck Claesse Spruijt onse inwoonder , die verclaerde vercocht en getransporteert te hebben.
Op 5 april 1684 (akte Westmaas): “Wij Daniel Leenderts Sanne ende Aryen Gerrits Polderdijck, schepenen van den Dorpe van Westmaas, geassisteert met de not(ari)s Cornelis van der Graeff, Oirconden ende kennen dat op huijden datum van desen voor ons persoonl(ijck) gecomen en gecomp(areert) sijn Pieter Pieters Pierneeff ende Corn. Rocken Bijl, onse inwoonders, dewelcke verclaerde onder solemneelen Eeden hun luijden behoorl(ijcken) gestaeft ende affgenoomen den inhout van een attestatie van date de 19 maert 1684, onder haer deposanten hantteijckeninge verleden ende haer opnieuw voorgelesen en hyer annex waerachtigh te sijn en voor recolement vandien te persisteren bij ’t gene aldaer is verclaert (soo waerlijck most haer deposanten Godt almachtigh helpen) Ten Oirconde bij ons onderteijckent op ten 5 April 1684”. Met onderschrift van D.L. Sanne, Arij Geretse Polderdijck en Corn. van der Graeff, nots. publ.
Betaelt wegens Arijen Gerits Polderdijck aen de maeckelaer Sr. Anthonie van Asperen tot Dordrecht de somme van f100-0-0 sonder intrest over deugdelijk geleende en aengetelt gelt op den 25 Meert 1689 f100-0-0.
Inventaris van de goederen van de naergelaten boedel van Arijen Gerrits Polderdijck zaliger den xi Junij 1693.
Ord. rechtdag gehouden op den dorpe van Westmaas op Zaturdag den 5 Junij 1694 coram t volle collegie van schout en schepenen, demptis Antonij van der Kooij .
- Aart Claasse Keijserswaart, eijser, contra
- Huijg van der Swaan ende Leendert Sanne, als voogden over de kinderen van Arijen Geerits Polderdijck, in die qualiteijt gedaagdens.
Concludeert tot condemnatie ten mnste bij provisie tot namptisement van de somme van f86-18-0, spruitende over verdiende arrebeitsloon als anders volgens aantekenig daarvan gehouden.
Van der Swaan in qualiteit als boven nevens Leendert Sanne mede voogt alvorens te antwoorden of enig ander versoek te doen versoeken copie authentijcq van t gene waarop den eijser zijne provisie fundeert .
van der Stoup als procureur van de eisser en met denzelven in Juditio present, consenteert int versoeck mits tselve achtende, ten hare costen.
Betaelt over de dootschulden van luijen en begraven van Arijen Gerrits Polderdijck f 28-14-0.
Betaelt over tgene op de begraeffenisse van Arijen Gerritsop het roumael is verteert volgens notitie de somme van f 30-0-0. Betaeld over verteering eten dage en tijde van t houden van t erfhuijs als anders f 36-16-0.
×
Bastiaentje Claes Keijserwaert
, * ±1650
, † <1694.
Dochter van
Claes Keijserwaert
en
?
Otr. op 6-12-1671
in Westmaas.
Den 6 Decemb. 1671. Arien Geerrits Polderijk, j.m., met Bastiaentje Claes Keijsersweert, j.d., beijde woonachtig alhier. Kinderen o.a. Marija, Lijsbeth, Gerrit en Claas, maar de meesten stierven jong.
Westmaas, 1693:
Staat ende inventaris gedaan maken ende genomen bij Huijgh Bastiaans van der Swaan ende Leendert Daniels Sanne, beijde als testamentaire voochden over de twee minderjarige kinderen van Arijen Gerrits Polderdijck ende Bastiaantje Caas Keijserswaert, echteluijden, beijde saliger, op de Westmaas overleden ten overstaan van gesubstitueerde schout ende schepenen van de Westmaas desen onderteijckent hebbende op de xi Junij 1693.
Eerstelijck een woonhuijs ende erve staende en gelegen in den Dorpe van de Westmaas op het nederdorp, belend ten Zuijden de straat ten Noorden de haven, ten Westende weduwe Joris Jansz de Hengst en ten Oosten de secretaris elcx aldernaast daarinne voorn Polderdijck overleden is. Noch twee mergen 538 roeden weijlant gelegen int Munickeland van de Westmaas, belend ten Zuijden de Munnickedijck ten Noorden de weduwe van de heer burgermeester Roosmale, ten Westen juffrouw Biesheuvel, ten Oosten de heer Borgermeester Emanuel Everwijn elcx aldernaast jegenwoordig in huijre gebruijckt wordende bij Jacob Jansz Vogelaar. Noch een mergen zaeijland generaal leggende met gelijcke eene mergen lants toebehorende Pleuntge Gerrits Polderdijck m, gelegen int WestmaaseNieuweland, belend ten Westen de Groeneweg, ten Oosten de gemenelants vliet, ten Zuijden de gemenelants tienvoet, en ten Noorden Isack Wouters Por elcx aldernaast Item noch een custingbrief ofte renthebrief ten laste van Jan Pietersz Mijs indato den 4 Meij 1692 inhoudende Capitaal f 200-0-0 gepasseert voor stedehouder en schepenen van de Westmaas en speciaal gehypotheceert op het woonhuijs, schuijr en erve van voorn Jan Pietersz Mijs staende en gelegen alhier in de Cleijnen Haech waarvan de intrest alle jaren comt te bedragen ider gulden 5 stuijvers s jaars soo wel van t resterende Capitaal als van de volle hooftsomme dus hier aen Capitael f 200-0-0Nota op de rugge van de voorschr brief stond geschreven mette eijgen hand van Arijen Gerrits Polderdijck als volcht van Jan Meijsse ontfangen f 40-10-0 vant jaar 1692 en dat van de eerste paaij ontfange op t jaar 1693 op de 3 Meij 1693.
Item noch een schepenschultbrief ten laste van Aert Claasse Keijserswaert inhoudende f 100-0-0 zijnde de resterende cooppenningen vant huijs en erve op den 4 Meij 1692 bij Arijen Gerrits Polderdijck toebehorende van voorn Keijserwaart voor den geregte van den Westmaas getransporteert en overgedragen mette intrest van dien soo van t geheel als het resterende Capitaal teckens intrest te betalen alle jaar f 4-10-0 volgens den inhoudende van de voorn schultbrief in dato voor dus hier f 100-0-0.
Enz.
Een root bloet Krale kettingh met silvere haecken. Een silvere gefigueerde penningh met een ringetge daeraen van Keijser Karels figuur geslagen anno1676 met een leeuw. Een silveren pothstuck gegoten soli deo gloria. Een psalmboeck in marte met silver beslagh zijnde een bijbel gedruckt in s Gravenhage 1667 geteijckent opde sloten B P D. Een clijnder bijbeltje met silver slote en beslagh gedruckt anno 1683 in octave.
Een psalmboeck met gladde silvere sloten. Gout. Een goude tafelringh meteen helm gesneden geteijckent L A. Een gladde goude steenringh. Een goude steen ringh geamilleert. Een gout houp ringhtje.
Enz.
Ook nog de inboedel van de winkel.
Aldus geinventariseert en opgenomen int serfhuis van de overledene, tenoverstaen van stedehouder ende schepenen van den dorpe van de Westmaes dese onderteijckent hebbende op den xi Junij 1693.
Reeckening bewijs ende reliqua die doende is Huijg Bastiaens van der Swaen, als testamentaire ende administrerende voogd van en over de twee minderjarige weeskinderen van Arijen Gerritse Polderdijck ende Bastiaentje Claes Keijserswaert.
Egteluijden beijde zaliger alhier op de Westmaes overleden ende dat van de ontfangh en administratie van derselver kinderen met name Gerrit en Lijsbeth Ariens Polderdijck derselver weeskinderen goederen bij de voorn Huijg van der Swaen in dier voors qualiteijt gedaen ende gehadt tsedert het overlijden van voorn. Arijen Gerrits Polderdijck en Bastiaentie Claesse Keijserwaert tot den dage deser reeckening toe.
Gepresenteert ende overgebracht bij Marija Leenderts Mansveld weduwe van Huijg Bastiaens van der Swaen in qualiteite als int hooft van dese aen Gerrit Ariens Polderdijck en Lijsbeth Ariens Polderdijck meerderjarige kinderen en erfgenamen van Arijen Gerrits Polderdijck en Bastiaentie Claes Keijserwaert Egteluijden zaliger ter presentie en overstaen van Dirck Bosveld schout Pieter van der Houck en Gerrit Stougie schepenen van de Westmaes dese ondertekent hebbende op den 3 April 1727.
Bastiaentje Claes
trad op als getuige bij
de doop van
Aerdt Hendrikse van der Giessen
(??)
,
de doop van
Lijsbet Aarts Keijzerswaart
.
10 kind(eren)