Adelijcia
, † ±1298.
Dochter van
Constantijn (Costijn) van Renesse
(?)
en
Meina
(?)
.
Wouter van Berchem, ridder, en zijn wettige vrouw Adelycia, droegen op 24 juni 1298 aan de abt en het convent van de St. Bernardabdij te Hemiksem in vrij eigen bezit op drie bunder land, gelegen in de parochie Millegem over.
---------------
Adelijcia wordt genoemd als dochter van Geeraerd van Diest (van Aa) en ene Machteld.
Echter, De Keijzer vermeld haar een dochter van Costijn III van Renesse, heer van Haamstede, en zijn vrouw Meina.
---------------
×
Wouter III van Berchem
, † <1309.
Zij zouden weer een zoon Wouter hebben gehad.
Kinderen:
-
Wouter IV van Berchem
, * ±1279
, † ±1350 .
Wouter was heer van Ranst, Ter Strypen en Canticroy.
-----------------------------
Wouter zou zijn getrouwd met
òf Elisabeth van Bouchout;
òf Machteld van Putten.
Pelgrim van Putten is een zoon van Herbertus van Putten. Deze Herbertus van Putten had onder andere een broer Hendrik en een zuster Machteld. Het is niet onmogelijk dat deze Machteld dezelfde is als de vrouw van Wouter van Berchem - met de kanttekening dat dit huwelijk dan na 1313 gesloten is.
-----------------------------
Wouter zou de vader zijn van Jan van Ranst en Co(r)stijn van Ranst (†1383) en die weer de vader van Hendrik van Berthout (Hendrik van Ranst Costijnsz.).
Overl. ca. 1350-54, vóór 1355.
2 kind(eren)
-
Johan (Jan) van Ranst-Berchem
, † <1355 .
×
Elisabeth van Stade
.
Elisabeth (van Aarschot) van Stade, dochter van Hauwel/Haiwiel/Hawiel van Stade (Aerschot) en Sibille.
Op 13 november 1316 schonken Jan van Berchem, zoon van de overleden Wouter van Berchem, ridder, en zijn vrouw Elisabeth, dochter van Hauwel, ridder, aan de abdij Tongerloo twee bunder en vijftig roeden weiland, gelegen in ‘Heren Hauweelsbroec’ onder Vorst, waarbij als getuigen optreden zijn broers Costijn van Berchem, ridder, en Wouter van Berchem.
×
?
Marguerite de Bouchout
.
Marguerite, dochter van ridder Daniel de Bouchout en zijn vrouw Aliane van Reygaertsvliet.
2 kind(eren)
-
Clementia van Berchem
.
“Clémence de Berchem” wordt vermeld 1301-1334/35.
Zij huwde rond 1305 Rasso/Raas I van Gaveren, heer van Herzele, en werd moeder van Rasso/Raas II van Gaveren, heer van Aspelare.
×
Raas van Herzele
, † <4-1330.
Raas van Herzele (van Liedekerke), heer van Aspelare (1307), ridder (1307), vermeld 1301-1315.
Op 17 maart 1301 kregen Raas van Herzele en zijn vrouw Clementia het landgoed Beveren in leen van de abdij van Ninove tegen een jaarlijkse betaling van 100 Aalsterse schellingen, waarbij als getuige optrad: ‘frater, Walter, domini de Hersele’.
Raas van Herzele zegelde met drie leeuwen (2:1) met een schildzoom beladen rondom met elf besanten, terwijl Wouter, heer van Herzele, zegelde met een keper. Gezien de verschillende zegels zullen ze geen broers zijn geweest, maar halfbroers met dezelfde moeder.
Overl. vóór 12 maart 1330 (vermoedelijk veel eerder), vlg. B. de Keijzer, maar vlg. fmg.ac juist overl. ná 1330.
2 kind(eren)
-
Constantijn (Costijn I) van Berchem
, † 1358 .
Costijn I van Berchem (van Ranst), knaap (1311), ridder (1316), vermeld 1311-1350, genoemd als leenman van Brabant eerst als knaap, en kort daarna als ridder, genoemd als leenman van Voorne – ridder zijnde – voor een renteleen van 4 mark, zegelt 1316.
Costijn I tr.
1. Ida van Gemmenich, overl. 4 april 1330, dr. van Wenemaer van Gemmenich, leenman van Brabant;
2. (na 1330) Maria Sproncx.
Cotijn I wordt in 1330 vermeld en is de vader van Costin II (van Berchem), Wouter IV (van Ranst) en Jan.
Op 4 oktober 1345 bevestigde Machteld, als vrouwe van Voorne, heer Costijn van Ranst, haar verwant, in zijn leengoed.
-
Aleid van Berchem
.
Aleid van Berchem, vermeld in het necrologium van de abdij van Ninove.